Pagina afdrukken Zoeken

Jeugdhuizen

Reglement 1: Erkenning door het JBP  

Artikel 1.

 

Het jeugdwerkinitiatief moet een kwaliteitsverbetering van de samenleving nastreven door het vervullen van één of meer van de volgende functies:

Ontmoeting

Spel

­Creatieve activiteiten; amateuristische kunstbeoefening

Vorming

­Kadervorming

­Dienstverlening

Werken aan structuurveranderingen die voornamelijk uit maatschappelijk achtergestelde kinderen en jongeren bestaan.

Bevorderen van integratie door opvang en begeleiding van groepen die voornamelijk uit maatschappelijk achtergestelde kinderen en jongeren bestaan.

 

Deze functies kunnen zich ontwikkelen voor specifieke doelgroepen of in specifieke deelgebieden van Asse.  Sommige activiteiten kunnen worden georganiseerd buiten Asse.  De voornaamste doelgroep zijn jongeren van 6 tot 25 jaar. 

Artikel 2. 

Om erkend te worden door het JBP dient de vereniging een aanvraag in te dienen bij de jeugddienst op de voorgedrukte formulieren.  Bij deze aanvraag dient een correct financieel verslag van het afgelopen werkjaar van de vereniging te worden gevoegd.

 

Reglement 2: Werkingssubsidie voor een opstartend jeugdhuis  

Artikel 1.

Een opstartend jeugdhuis moet minstens 5 uur per maand op (een) regelmatige dag(en) open zijn voor het publiek.  De openingsuren moeten aan de buitendeur worden vermeld en algemeen bekend gemaakt worden evenals de naam van het jeugdhuis.

 Artikel 2. 

Na 6 maanden hebben minstens 25 jongeren tussen 16-26 jaar een lidkaart en zijn actief betrokken als regelmatige bezoeker of als deelnemer aan activiteiten van het jeugdhuis. 

Artikel 3.

 

Het jeugdhuis houdt permanent een logboek bij dat terug te vinden is achter de toog en kan worden ingekeken door een afvaardiging van de jeugddienst.

 

Het logboek bevat minstens volgende gegevens:

­       Dag, openingsuren, verantwoordelijke – aantal bezoekers.

­       Activiteiten: uur + aantal bezoekers – verantwoordelijke activiteit.

­       Vergadering: uur + aantal aanwezigen – verantwoordelijke vergadering.

 

Artikel 4. 

Eénmaal per trimester organiseert het jeugdhuis minstens 1 recreatieve activiteit waarbij minstens 20 jongeren betrokken zijn.

Artikel 5. 

Het algemeen beleid en beheer moet waargenomen worden door minstens 3 jongeren (waarvan een voorzitter, een secretaris en een penningmeester). De bestuurskern dient minstens 1 keer per trimester te vergaderen over de werking van het jeugdhuis. 

Artikel 6.

Het bestuur van het jeugdhuis neemt zelf contact op met de jeugddienst vóór de opening van het nieuwe jeugdhuis indien zij wil beschikken over opstartsubsidies. 

Artikel 7. 

Een opstartend jeugdhuis kan gebruik maken van maximum 1.500 EUR opstartsubsidie, verdeeld per semester(750 EUR per semester) 

Artikel 8.

 

Om de 6 maanden op de eerste dag van de maand worden de maandplanningen van het jeugdhuis bezorgd aan de jeugddienst (a.d.h.v. ‘leidraad werkingsverslag jeugdhuis’).  De maandplanning bevat volgende gegevens:

­       openingsuren voor het komende semester.

­       datum, aard en korte beschrijving van de activiteiten voor het komende semester.

 

Artikel 9.

Indien blijkt dat in het financiële verslag niet de correcte gegevens werden weergegeven, verliest het jeugdhuis het recht op deze opstartsubsidie.  

 

Reglement 3: Werkingssubsidies voor een erkend jeugdhuis 

DEEL 1: ERKENNING 

Artikel 1.

 

Om in aanmerking te komen voor subsidies moet het jeugdhuis erkend zijn door het JBP (zie reglement 1).  Bovendien moet het jeugdhuis voldoen aan de minimum vereisten inzake ontmoeting, recreatie en vorming (zie deel 3: subsidiëring –artikel 1 tot en met 3).  Eveneens moet het jeugdhuis een overeenkomst afsluiten met de jeugddienst.  Een werkingsjaar loopt van 1/1 tot 31/12.

 

 Artikel 2. 

Minstens 50 jongeren tussen 16 – 26 jaar hebben een lidkaart en zijn actief betrokken als regelmatige bezoeker of als deelnemer aan activiteiten van het jeugdhuis. 

Artikel 3.

Het jeugdhuis kan autonoom beschikken over de ontmoetingsruimte tijdens de openingsuren.  De openingsuren moeten duidelijk op een zichtbare plaats aan de buitendeur van het jeugdhuis vermeld worden.

 

Artikel 4.

Het jeugdhuis beschikt over een huishoudelijk reglement waarin de interne werking wordt vastgelegd.  Dit reglement bevat minstens volgende gegevens:

·        werkjaar

·        namen en adressen van de bestuurskern

·        openingsuren

·        voordelen die men geniet bij het aanschaffen van een lidkaart

·        prijs van een lidkaart

·        een omschrijving van bar-, materiaal- en lokalenbeheer

·        structuur van de werking en benoeming van de werkgroepen.

Uit het huishoudelijk reglement moet blijken dat het jeugdhuis zelfstandig zijn beleid formuleert, zijn programma bepaalt en zijn financiën beheert.  Het huishoudelijk reglement dient duidelijk te worden geafficheerd in het jeugdhuis, op een plaats die leesbaar is voor de bezoekers. 

Artikel 5.

 

Het jeugdhuis moet jaarlijks vóór 31/12, het betalingsbewijs van volgende verzekeringen voorleggen aan de jeugddienst :

·        Algemene burgerlijke aansprakelijkheid

·        Verzekering inboedel tegen brand en aanverwanten

 

Artikel 6.

Het algemeen beleid en beheer moet waargenomen worden door minimum 3 personen (waarvan een voorzitter, een secretaris en een penningmeester). De bestuurskern dient minstens 10 keer per jaar samen te komen om de planning en de evaluatie van de werking te bespreken.

 Artikel 7.

Het jeugdhuis houdt permanent een logboek bij dat terug te vinden is achter de toog en kan worden ingekeken door een afvaardiging van de jeugddienst.  Het logboek bevat minstens volgende gegevens:

·        dag, openingsuren, verantwoordelijke + aantal bezoekers

·        activiteiten: uur + aantal bezoekers + verantwoordelijke activiteit

·        vergadering: uur + aantal aanwezigen +  verantwoordelijke vergadering

 

Artikel 8.

Werkingsverslagen, evaluatieverslagen, financiële verslagen en logboek kunnen ten allen tijde ingekeken worden door een afvaardiging van de jeugddienst. 

Artikel 9.

Indien blijkt dat in de verslagen niet de correcte gegevens werden weergegeven, verliest het jeugdhuis elke subsidiëring voor een termijn bepaald door de RvB van de jeugddienst.

DEEL 2: PROCEDURES 

Erkenning door het JBP Vóór 31/12 vóór het werkingsjaar bij de Jeugddienst d.m.v. voorgedrukte formulieren.  

Werkingsverslagen Het jeugdhuis maakt een werkingsverslag voor de periode van 1/1 tot 30/6 en stuurt dit binnen vóór 15/8. Het jeugdhuis maakt een werkingsverslag voor de periode van 1/7 tot 31/12 en stuurt dit binnen vóór 15/2 van het daaropvolgende jaar.

 Inhoud van het werkingsverslag (a.d.h.v. bezorgde leidraad werkingsverslag).

·kwantitatieve gegevens: de cijfergegevens: een overzicht van alle activiteiten per functie: ontmoeting (een overzicht van de openingsuren, openingsdagen, gemiddeld aantal bezoekers), recreatie (overzicht van activiteiten, gemiddeld aantal bezoekers), vorming (overzicht van evaluaties, structuurveranderingen, attesten kadervorming), …

·kwalitatieve gegevens: neerslag van evaluaties.

·op het einde van het werkjaar worden perspectieven voor volgend werkjaar doorgegeven: een schets van toekomstverwachtingen, eventuele accentverschuivingen.  In september volgt er a.d.h.v. maandplanningen en werkingsverslagen een tussentijdse evaluatie, die aan de verantwoordelijke van elk jeugdhuis wordt bezorgd.

Financiële toestand

 

Per semester stuurt het jeugdhuis- samen met het werkingsverslag- de financiële stand van zaken door aan de jeugddienst. Dit houdt in:

-          Kastoestand op 31/12 of 30/6

-          Uittreksels zichtrekening op 30/6 of 31/12

-          Uittreksels spaarrekening op 30/6 of 31/12

 

Indien de financiële toestand sterk afwijkt met vorig semester of vorig werkjaar zal er door de jeugddienst verantwoording gevraagd worden ivm de inkomsten en uitgaven.

 

Voor 15/2 stuurt het jeugdhuis de volledige jaarrekening van het afgelopen jaar door aan de jeugddienst.

 

Kalender

 

De begroting voor het volgende werkjaar wordt binnengestuurd op voorgedrukte formulieren vóór 15/7.

Overzicht. 

 

vóór 31/12

Betalingsbewijzen algemene B.A., brandverzekering inboedel en  aanverwanten

vóór 15/2

Jaarrekening van 01/1 tot 31/12+ kastoestand op 31/12+ uittreksels zichtrekening en spaarrekening op 31/12 en het werkingsverslag voor de periode van 1/7 tot 15/12

vóór 15/8

Werkingsverslag (01/1 tot 30/6)+ kastoestand op 30/6+ uittreksels rekening op 30/6

 

DEEL 3: SUBSIDIËRING 

Een jeugdhuis komt voor subsidiëring in aanmerking als het aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet.Het subsidiereglement is opgesplitst in volgende artikels:

Artikel 1: ontmoeting

Artikel 2: recreatie

Artikel 3: vorming

Artikel 4: anderen

Jaarlijks wordt er een werkingstoelage voorzien van 6.200 EUR.Er is dus geen bijkomende loonsubsidie voor beroepskrachten.  Indien een jeugdhuis toch een beroepskracht wenst aan te werven, moeten zij deze beslissing motiveren naar de jeugddienst toe, en tevens 3 maanden loon storten op een aparte rekening (= ontslagpremie).

 

Energietoelage: dit wordt jaarlijks bepaald bij het opstellen van de begroting van de jeugddienst. 
  • De aanvraag voor een opstartend jeugdhuis wordt goedgekeurd door de RVB van de jeugddienst. De subsidie voor een opstartend jeugdhuis wordt uitbetaald de maand die volgt op de goedkeuring.

 

 Evaluatie:  

Artikel 1 : ontmoeting

Onder ontmoeting verstaan we : het openstellen van de polyvalente ruimte, waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten.

Ontmoeting wordt opgesplitst in 2 delen :

-het aantal openingsuren per week

-het aantal openingsdagen per jaar

Aantal openingsuren 

De ontmoetingsruimte moet open zijn gedurende 5 uren, gespreid over min. 2 dagen, waarvan één een zaterdag of een zondag is. De openingsuren na 01 u worden niet meegerekend.  De openingsuren moeten duidelijk zichtbaar aangekondigd worden aan de ingang van het jeugdhuis.  Tijdens de openingsuren moet steeds één verantwoordelijke aanwezig zijn die kan instaan voor onthaal, begeleiding of om informatie te verstrekken. · 

Aantal openingsdagen

Over het gehele jaar dient een totaal van 50 openingsdagen gerealiseerd te worden.

 Artikel 2 : recreatie 

Onder recreatie verstaan we alle activiteiten die een jeugdhuis organiseert : fuiven, optredens, uitstappen, cursussen, thema-avonden, sportactiviteiten, …Een recreatieve activiteit voldoet minstens aan de volgende voorwaarden :

- ze is vooraf gepland

- er is voldoende promotie gemaakt

- ze wordt geëvalueerd in een activiteitenverslag

Recreatie wordt opgesplitst in :

- de aantal activiteiten 

- de verscheidenheid van activiteiten      

aantal activiteiten 

Door het jeugdhuis worden jaarlijks tenminste 12 recreatieve activiteiten georganiseerd. ·       

Verscheidenheid van activiteiten

Activiteiten kunnen opgesplitst worden in volgende : fuif, thema-fuif, optredens, uitstap, theater, cursussen, thema-avond, sportactiviteit, … een jeugdhuis organiseert 5 verschillende activiteiten per  jaar. 

 Artikel 3 : vorming 

Onder vorming verstaan we :

- Interne vorming

- Vorming beheerders

 -Vorming leden

 -Externe vorming

-Interne vorming

-Vorming van beheerders

Uit de werkingsverslagen wordt een selectie gemaakt van verslagen waaruit interne vorming blijkt.  Onder interne vorming van beheerders verstaan we :­ 
Grote evaluaties :
Financieel : even stilstaan bij de kastoestand is niet  voldoende. Maar nagaan welke de verliesposten zijn, conclusies naar de toekomst toe.Werking : structuur, activiteiten, de werking durven kritisch bekijken en hieruit belangrijke conclusies trekken.Aan een evaluatie moet in de toekomst gewerkt worden : visie, wijzigingen.Een evaluatie heeft een duidelijke weerslag naar de toekomst toe.

Een jeugdhuis heeft 1 groot evaluatiemoment op een werkjaar, waar verschillende thema’s aan bod komen.

 - Vorming van leden - medewerkers

Deze activiteiten worden meegerekend in het totaal aantal activiteiten (recreatie) ; als een activiteit vormend is, wordt het twee keer beloond. Elk jeugdhuis organiseert minstens 1 activiteit met een vormend karakter, onder deze vorming verstaan we : informatieve thema-avond, activiteiten rond preventie, cursussen, …  Cursussen met recreatief karakter : dansen, gitaar,…worden als recreatieve activiteiten beschouwd.

-Externe kadervorming

2 verantwoordelijken moeten in het bezit zijn van een attest kadervorming of hebben min. 5 jaar ervaring in het jeugdwerk als verantwoordelijke.Min. 1 verantwoordelijke volgt 4 u. kadervorming bij een erkende organisatie, waarbij deelaspecten van het jeugdhuiswerk aan bod komen.

Het accent van deze cursussen ligt op de inhoudelijke werking van het jeugdhuis (werking, beheer, financiën, …).  Dit moet blijken uit een kopie van het behaalde attest dat bij het werkingsverslag wordt toegevoegd.    


 

Artikel 4 : anderen 

Deelname aan overleggroepen : jeugdraad, jeugdhuisfederaties, jeugddienst
scholen
Ledenblad
Informatie
Grote projecten
Integratieprojecten